TERUG
Beleid
OUD EN NIEUW IN HET PVA (=ParochieVerband Amersfoort-stad)
rkamersfoort

OUD EN NIEUW IN HET PVA (=ParochieVerband Amersfoort-stad)

De jaarwisseling is vanouds een moment om even stil te staan, zowel in het persoonlijke leven als binnen de parochiegemeenschap. Je kijkt terug op wat is geweest met een mengeling van gevoelens.
Er is dankbaarheid voor al het goede dat ons ten deel is gevallen, soms is er weemoed om wat we moesten achterlaten en af en toe is er ook spijt om verwachtingen die niet zijn uitgekomen.


 

 

Tegelijk kijk je naar voren en bij de dingen die komen gaan, kun je als mens een mix ervaren van enerzijds hoop en vertrouwen en anderzijds bezorgdheid.In deze bezinnende sfeer van omzien en vooruit kijken, willen wij om te beginnen alle parochianen heel veel goeds toewensen voor hun persoonlijke leven in het nieuwe jaar. Vervolgens nodigen wij u graag uit om in de volgende regels wat mijmerend met ons mee te kijken naar de situatie van onze gezamenlijke geloofsgemeenschappen in Amersfoort. Het is goed om bij tijd en wijle de zorgen en verwachtingen over het parochieverband met elkaar te delen. Nu kunnen wij ons voorstellen dat u niet zit te wachten op alweer een jaaroverzicht met droge cijfers en alweer een verzameling goede voornemens.

Daarom beginnen we bij u en nemen voor dit verhaal drie vaak gestelde vragen tot uitgangspunt.

Vraag 1: Wat heeft drie jaar samenwerken in het PVA ons eigenlijk opgeleverd?

Het PVA (de afkorting staat voor ParochieVerband Amersfoort-stad) is op 8 januari 2003 tot stand gekomen. Sindsdien doen de Sint Ansfridusparochie, de Heilige Geestparochie, de Sint Henricusparochie en de parochie van het Heilig Kruis veel meer dan louter samenwerken, er is op een aantal gebieden eerder sprake van integratie.

Zo is er één pastoraal team gekomen voor alle parochies. Dat betekent een zichtbare verandering in de liturgische vieringen: de pastores rouleren langs de vier kerkplekken en dus heeft u inmiddels kennis kunnen maken met meerdere voorgangers. Voor de één betekent dit een welkome afwisseling, voor de ander zal het wennen zijn om niet iedere week het vertrouwde gezicht in de kerk te zien. Wanneer u in de afgelopen jaren een beroep moest doen op de pastorale zorg (voor een doop, een huwelijk, een uitvaart of een pastoraal gesprek) zult u gemerkt hebben dat er nagenoeg niets is veranderd. De pastores kiezen er nadrukkelijk voor de pastorale zorg per parochiegemeenschap te blijven geven en zo de pastorale nabijheid te waarborgen. Toch is juist in die behartiging van de pastorale zorg een grote winst geboekt. Want nu kunnen pastores en vrijwilligers extra pastorale activiteiten verzorgen voor het parochieverband als geheel (voorbeelden hiervan zijn de gezamenlijke huwelijksvoorbereiding, de vormsel- en communieprojecten, het parochieblad, Kerk-on-Stage, de diaconale projecten rond Advent en Veertigdagentijd, etc.). Dit zou niet gekund hebben zonder de huidige samenwerking van de vier parochies.

Voor de pastores zelf betekent het werken in een team in twee opzichten een vooruitgang: zij werken nu in collegiaal verband met alle mogelijkheden van overleg en ondersteuning; daarnaast hebben ze meer kansen om het niet direct pastorale werk (organisatie, bestuur, secretariaat, etc.) over te laten aan deskundige vrijwilligers in de parochiegemeenschappen. Ook op bestuurlijk vlak krijgt de integratie gestalte. Als het goed is, merkt de gemiddelde parochiaan daar overigens weinig van. In de achterliggende jaren hebben de individuele parochies ervaren dat zij hun missie (om een vitale geloofsgemeenschap te zijn) niet altijd op eigen kracht kunnen realiseren. Dat is gelukkig geen ramp. Daarvoor hebben wij nu elkaar. De vier parochiebesturen delegeren alle bovenparochiële zaken aan de stuurgroep en kunnen zich concentreren op de eigen parochiegemeenschap.

Vraag 2: Wat zijn we in de afgelopen jaren kwijtgeraakt?

De vraag is ons vaak gesteld. Iedere verandering in een jarenlang bestaande praktijk roept zorg en soms zelfs weerstand op. Wij ervaren het als een uiting van grote betrokkenheid bij de vertrouwde parochiegemeenschap. In de meeste bedenkingen herkennen we ook onze eigen onzekerheid bij alle nieuwe ontwikkelingen.

Voor de individuele parochiaan is de grootste verliespost waarschijnlijk gelegen in het moeten loslaten van een vertrouwd kerkbeeld. Velen van ons zijn opgegroeid met het beeld van de overzichtelijke volkskerk die haar vanzelfsprekende plaats had in het openbare leven. Er was één pastoor en er waren vaak meerdere kapelaans die samen de pastorale zorg behartigden (voor onze vier stadsparochies betekende dat maar liefst 12(!) fulltime priesters).

Deze priesters konden het werk goed behappen en deden waar nodig een beroep op de medewerking van enkele vrijwilligers. Voor het beheer van de materiële zaken werden enkele parochianen als kerkmeester aangesteld. En de parochianen kwamen op zondag naar de kerk om deel te nemen aan de vieringen. Dit model kon bestaan bij de gratie van twee voorwaarden: er waren genoeg priesters en er waren genoeg gelovigen die zich thuis voelden in de kerk. Welnu, aan beide vanzelfsprekendheden is in de afgelopen decennia een ontnuchterend einde gekomen.

We beleven een periode van schaarste. Dat heeft ons gedwongen om goed na te denken over hetgeen echt belangrijk is voor het kerk-zijn.  Het bisdom staat ons daarin gelukkig bij met raad en daad. De bisschop nodigt alle parochies uit om de krachten te bundelen bij het uitvoeren van de pastorale opdracht. In plaats van het vertrouwde parochiemodel wil het bisdom toewerken naar een ‘missionaire gemeenschap’ die ook aantrekkelijk is voor groepen mensen die nu op grote afstand van of zelfs helemaal buiten de kerk staan. Deze opdracht is mooi en spreekt ons aan. Maar twee dingen zijn daarbij heel belangrijk. Wie de aandacht naar buiten richt, zal in de eerste plaats moeten zorgen voor een sterk intern fundament. Wij menen daarom dat onze vier parochies sterker moeten worden als centra van ontmoeting, geloofsbeleving en gemeenschap. In de tweede plaats moet de beweging naar een nieuw parochiemodel gedragen worden door zoveel mogelijk parochianen die nog wel betrokken zijn bij de kerk. Het oude vertrouwde kerkbeeld is voorbij, het nieuwe dient zich aan en moet nog worden waargemaakt. Het is heel begrijpelijk dat zo’n verandering als verlies wordt ervaren. Toch hopen wij dat velen de huidige beweging van samenwerking en integratie kunnen zien als een noodzakelijk en probaat antwoord op een onontkoombare ontwikkeling.

 

Vraag 3: Wat staat ons in de komende jaren nog te wachten?

Hoe gek het ook klinkt, wij denken dat de meeste parochianen weinig zullen merken van de veranderingen die zich gaan voltrekken. Het meeste nieuwe doet zich namelijk voor in de bestuurlijke organisatie, in het werk van de pastorale beroepskrachten en in de ontwikkeling van bovenparochiële activiteiten. Het aanbod van pastorale zorg, liturgische vieringen, catechetische projecten en lokale parochie-activiteiten blijft intact en zal waar mogelijk worden uitgebreid (we kunnen nu immers ook bij de buurparochie meedoen). Er komen echter wel enkele uitdagingen bij.

Voor de gezamenlijke projecten in het parochieverband hebben we mensen nodig die de handen uit de mouwen willen steken en een deel van hun tijd en deskundigheid beschikbaar stellen voor de geloofsgemeenschap. Het parochieverband zal natuurlijk zorgdragen voor vorming en toerusting waar dat nodig is. Maar het begint allemaal bij de bereidheid van individuele gelovigen om mee te werken aan de opbouw van onze kerkgemeenschappen.

In de bestuurlijke sfeer hebben we in 2005 onze huidige organisatie grondig tegen het licht gehouden en besloten dat het beter kan. Wij zullen u in dit kader niet vermoeien met de details van het nieuwe voorstel (voor de geïnteresseerden zal er een beschrijving volgen in de volgende Perspectief). Wel kunnen wij melden, dat wij er in de eerste maanden van 2006 mee aan de slag gaan. En het moet vreemd lopen als u de eerste resultaten van al dat denk- en doewerk niet al in de loop van dit jaar zult vernemen.

Zo hebben wij in het voorgaande stil gestaan bij drie vragen die door parochianen aan ons zijn gesteld. Aan het slot van deze beschouwing hebben wij op onze beurt nog een vraag aan u. Als er in de komende tijd door een pastor of door een bestuurslid een beroep op u wordt gedaan om mee te werken in het parochiële gebeuren, wilt u dat verzoek dan een serieuze kans geven? Wij hebben vele handen nodig om op een moderne en inspirerende manier kerk te zijn. En daarom zeggen wij, waar het dan ook zal zijn in het parochieverband: Graag tot ziens!

 

Thom van de Burgt, voorzitter van de stuurgroep,

André van Boven, teamleider van het pastoraal team

 

 


bron: Perspectief uitgave:  0 
bericht nr. 3662 :  geplaatst op 25-01-2006 en 1275 maal gelezen


Geen gerelateerde berichten
Opties
Deel dit bericht met uw vrienden op sociale media

    Facebook   Bericht afdrukken  Bericht afdrukken